19/02/2021


Dat mensen met autisme anders denken is in een vorige blog aan bod geweest en dat dit uiteraard gevolgen heeft voor het leervermogen mag duidelijk zijn. Daar wil ik wat nader op ingaan.

De verwerking van neurologische en cognitieve processen verlopen weleens anders dan bij neuro-typische personen en het plaatje dat gepubliceerd werd in de Volkskrant op 28-2-2013 en hieronder is afgebeeld geeft een goede impressie in die verschillen. 

Enerzijds zien wij links bij iemand met autisme dat de verbindingslijnen tussen de verschillende hersengebieden (associaties) nogal infrequent zijn en in vergelijking met de resultaten van een neurotypisch persoon aan de rechterkant vertonen deze signalen meer coherentie. Ze zijn dus onderling beter verbonden. Wat betekent dit dan in de praktijk en met name voor het leren? 














Veel mensen met autisme en zeker vanuit de hoogfunctionerende groep, geven vaak aan dat ze nogal veel tijd nodig hebben om nieuwe dingen te leren. Gezien het plaatje hierboven lijkt dat redelijk evident. Voordat de juiste verbindingen zijn gemaakt en geconsolideerd zijn is meer tijd nodig totdat alle relevante informatie opgenomen en verwerkt is.


Praktijksituatie: Waar een neurotypisch persoon goed in staat is om een met een oplossing of antwoord te komen op een adhoc vraag of opdracht, heeft iemand met autisme hier veel moeite mee en dit kan zelfs leiden tot een blokkade of paniek bij deze persoon. Het lijkt alsof deze laatste geen antwoord weet op de gestelde vraag maar dat hoeft zeker niet het geval te zijn, hij heeft slechts meer tijd nodig.

De gevolgen van dit leermechanisme kan ik als volgt weergeven:
















Iemand met autisme leert gewoonlijk niet elke dag een beetje maar met leersprongen. Het interval hangt van de individu en van de context of situatie af. Zo kan het lijken dat die persoon dagen of misschien weken niets opneemt maar dan plotseling laat hij zien dat hij veel meer kent en door heeft dan je zou verwachten. Dit proces gaat onder goede omstandigheden en met de juiste ondersteuning door en de opgedane kennis blijft en dient als basis voor verdere uitbreiding.


Leerstijlen zijn sterk gekoppeld aan de communicatiestijl van het individu. We kennen drie dominante stijlen, visueel, auditief en tot slot kinesthetisch (tast). Bij neurotypische personen is er sprake van een voorkeursstijl, bij mensen met autisme kan de dominante stijl zelfs tot exclusie van de andere leiden. Is iemand visuele ingesteld dan kan het voorkomen dat het vertelde wel wordt gehoord maar wordt niet geregistreerd en dus niet onthouden. Niet alleen docenten moeten hier rekening mee houden maar ook werkbegeleiders en buddies die een nieuwe werknemer ondersteunen.

Werk aan de winkel dus, het resultaat is verbluffend. Post